Konijnen zijn echte groepsdieren en hebben daarom baat bij gezelschap van een soortgenoot. De beste, meest stabiele combinatie is een mannetje ( rammelaar ) en een vrouwtje ( voedster ) samen. Het mannetjeskonijn moet gecastreerd worden om te voorkomen dat er jonge konijntjes geboren worden. Bovendien kunnen ongecastreerde rammelaars urine gaan sproeien of agressief worden naar andere konijnen of mensen. Het laten castreren heeft dus verschillende voordelen ! Daarnaast is het verstandig om ook het vrouwtjeskonijn te laten steriliseren; dit levert namelijk verschillende gezondheidsvoordelen op. Hierover volgt later meer in een andere blog.
Het mannetje kan al vanaf 4-5 maanden leeftijd gecastreerd worden, maar het is belangrijk om zich te realiseren dat ze op deze leeftijd ook al vruchtbaar kunnen zijn. Op onze praktijk brengt u hem in de ochtend voor de castratie en kan hij in de loop van de middag al weer naar huis. Omdat konijnen kwetsbare dieren zijn, gebruiken wij een zo veilig mogelijke narcose. We combineren injectie- met gasnarcose. Het konijn krijgt een larynxmasker, een speciaal kapje in de keel waardoor de gassen beter worden opgenomen. Vooraf krijgt hij pijnstilling toegediend, een injectie om de darmwerking te stimuleren en onderhuids vocht met glucose. Dit alles om te zorgen dat hij zo snel mogelijk weer wakker is en gaat eten. Tijdens de ingreep gebruiken we uitgebreide monitoring : de capnograaf, het ECG en de zuurstofsaturatie in het bloed. Zo kunnen we in de gaten houden hoe het met het konijn gaat tijdens de narcose.
Bij de castratie van de rammelaar worden beide testikels verwijderd door twee kleine snedes in het scrotum. Na de operatie is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk weer wakker wordt en weer gaat eten. De periode van recovery is het meest risicovol bij konijnen. We geven daarom een injectie om de narcose op te heffen en zorgen dat hij goed warm blijft. Direct na de operatie bieden we wat eten aan en bij het naar huis gaan krijgt hij pijnstilling, medicatie voor de darmen en dwangvoeding mee. Thuis is het de eerste dagen belangrijk om hem extra goed in de gaten te houden. Mocht hij zelf niet goed willen eten, dan moet hij bijgevoerd worden. De operatiewonden moeten droog en schoon blijven. Na 10 dagen komt hij bij ons terug voor een wondcontrole, als alles goed is mag hij daarna alles weer als voorheen !
Dierenkliniek Papendrecht. All Rights Reserved
Website ontwikkeling door: Online Creaties